X

Communicatie

Kaderopleiding Competentieprofiel Communicatie

Handelen gericht op het realiseren en onderhouden van een effectieve behandelrelatie met de patiënt met een beperkte levensverwachting en de naasten. Het handelen is tevens gericht op het realiseren van een adequate interactie tussen de patiënt en de naasten en de naasten onderling.

De kaderarts palliatieve zorg…

3. Bouwt behandelrelaties met patiënten en hun systeem op passend bij de situatie.
3.1. Betrekt levensbeschouwelijke en culturele opvattingen van de patiënt en de naasten in de begeleiding rondom het levenseinde.
3.2. Creëert een omgeving, die gekenmerkt wordt door begrip, vertrouwen, empathie en veiligheid.
3.2. Creëert een omgeving, die gekenmerkt wordt door begrip, vertrouwen, empathie en veiligheid.

 

4. Verkrijgt relevante informatie over patiënten binnen hun sociale systeem.
4.1. Luistert naar de patiënt en diens naasten.
4.2. Toont interesse in de ideeën, zorgen en verwachtingen van de patiënt over de aard en de behandeling van zijn of haar ziekte of problemen.
4.3. Identificeert de specifieke wensen rond het sterven van de patiënt en diens naasten.
4.4. Herkent (inadequate) rouw bij nabestaanden en biedt hiervoor adequate zorg of verwijst adequaat door.

 

5. Bespreekt de relevante informatie goed met patiënten en familie.
5.1. Informeert en adviseert de patiënt op een respectvolle, invoelende wijze en bevordert daarmee begrip, discussie en actieve deelname van de patiënt in beslissingen over zijn of haar behandeling; op deze wijze bevordert hij de autonomie van de patiënt.
5.2. Bespreekt de belangrijkste psychische, sociale en maatschappelijke gevolgen alsmede spirituele en existentiële aspecten van een levensbedreigende of op afzienbare termijn aflopende ziekte.
5.3. Stemt de communicatie af op de vaardigheden en/of beperkingen van de patiënt en de naasten.

 

6.Draagt actief bij aan een adequate interactie tussen de patiënt en diens naasten of de naasten onderling.
6.1.Signaleert problemen in de interactie tussen de patiënt en diens naasten of tussen de naasten onderling.
6.2.Maakt deze problemen bespreekbaar.

 

7.Functioneert als consultatiegever voor in de palliatieve zorg werkzame consultvragers.
7.1.Past communicatieve vaardigheden, zoals exploreren, feedback geven, gevoelsreflectie, adequaat toe in de consultatie.
7.2.Ondersteunt en adviseert als zodanig bij het realiseren en behouden van een effectieve behandelrelatie met de patiënt en diens naasten.
7.3.Signaleert problemen in de interactie van de consultatievrager/ overige zorgverleners en de patiënt en/of diens naasten en adviseert over de aanpak van die problemen.
7.4.Evalueert structureel of de consultatie het gewenste effect heeft, zowel met de consultvrager als binnen het consultatieteam.

Partners

amsterdam-umcGerion2nhg2Verenso2