X

Medisch handelen

Kaderopleiding Competentieprofiel Medisch handelen

Handelen gericht op het verlenen van medische zorg – op een gespecialiseerd niveau – aan patiënten met een beperkte levensverwachting.

De kaderarts palliatieve zorg…

1. Hanteert diagnostische en therapeutische vaardigheden op een methodische wijze ten behoeve van een doeltreffende, doelmatige en patiëntgerichte behandeling op het terrein van de palliatieve zorg.

1.1. Neemt goed onderbouwde besluiten over diagnostische en therapeutische interventies, gebaseerd op informatie en voorkeur van de patiënt en diens naasten, wetenschappelijk bewijs en klinische beoordeling.

1.1.1. Diagnosticeert en prognosticeert ziektebeelden en intercurrente aandoeningen, niet alleen gericht op het stellen van de diagnose, maar ook op het constateren van de bijbehorende stoornissen, beperkingen en handicaps en op de zorgbehoeften/-wensen.Meer specifiek: 

  • neemt een doelgerichte en accurate anamnese af;
  • verricht doelmatig lichamelijk onderzoek, rekening houdend met de belasting hiervan voor de patiënt;
  • verricht adequaat aanvullende diagnostiek, rekening houdend met de belasting hiervan voor de patiënt en met diens wensen of die van zijn naasten.

 

1.1.2. Verricht doelmatig (of laat verrichten) behandelingen veelal gericht op verlichting van de klachten en op onderhoudsbehandeling bij chronische aandoeningen.
Onder andere:

  • treedt adequaat op in acute situaties, zoals delier, dwarslaesie, grote bloeding;
  • voert medicamenteuze interventies adequaat uit bij de meest voorkomende symptomen van patiënten met een beperkte levensverwachting;
  • maakt een onderbouwde keuze voor het al dan niet toepassen van niet-medicamenteuze of niet-gangbare interventies;
  • weegt beoogde effecten van behandeling af tegen de daarmee gepaard gaande belasting;
  • past toe of laat interventies toepassen bij patiënten met een beperkte levensverwachting, zoals palliatieve radio- en chemotherapie en chirurgie;
  • maakt een onderbouwde keuze voor het al dan niet toepassen van complementaire therapie, zoals muziektherapie of massage bij patiënten met een beperkte levensverwachting.

 

1.1.3. Doet aan individuele preventie:

  • secundair: het voorkomen van nieuwe klachten, ziekten of functieverlies;
  • tertiair: het voorkomen van verergering van klachten, ziekten en functieverlies.


2. Verleent effectieve consultaties op het gebied van de palliatieve zorg:
 

  • sluit inhoudelijk aan bij de vraag of het probleem van de consultvrager;
  • onderbouwt het gegeven advies;
  • evalueert structureel of het advies het gewenste effect heeft, zowel met de consultvrager als binnen het consultatieteam;
  • beoordeelt wanneer een eendimensionele ingangsvraag een meerdimensioneel antwoord behoeft en adviseert overeenkomstig;
  • bewaakt de afbakening tussen bedsideconsultatie en patiëntenzorg.

Partners

amsterdam-umcGerion2nhg2Verenso2